Translate

maandag 24 augustus 2015

Engeland onderzeil: Piep, piep, piep, piep.....

Dagverslag 
30 - 07 - 2014

Tijd:             22.55


De stijger beweegt mee met het water. In zeehavens ligt een steiger niet vast, er staan palen in de zeebodem en daaromheen ligt de steiger. Zo kan de stijger omhoog en omlaag gaan. Wel zo handig bij eb en vloed. Aan de de palen groeit allerlei zee vegetatie, voor zeilers wel bekend als  de "mosrand". Dit word zichtbaar als het water zakt bij eb. Op dit moment is er een bijna 3 meter lange mosrand zichtbaar, het water is bijna 3 meter gezakt. Als de zeelucht je neus nog niet ontroerde dan gebeurd dat nu wel. Terwijl het water zich terugtrekt blijft er op de droogvallende basaltblokken een laag zout achter. We liggen in de haven van Breskens, gelegen in de monding van de Westerschelde, tegenover Vlissingen.

Rond half 4 in de middag viel de wind weg. Onze heerlijke voortgang maakte plaats voor dobberen op het water. Verder zeilen ging niet en dat is toch waarvoor we op zee zijn. Met die gedachte in het achterhoofd hebben we besloten om Vlissingen aan te lopen. Pech, we roepen de haven van Vlissingen op per marifoon maar die blijkt vol te zijn. Dan maar door naar Breskens wat er recht tegenover ligt. Dit heeft als gevolgd dat we morgen pas aankomen in Oostende en toch niet een dag eerder in Dover zijn. Het hoort erbij, dit is zeilen; gaan waar de wind gaat. Grote containerschepen varen het gat van de Westerschelde binnen, een spectaculair uitzicht vanuit de haven. Patrick en ik hebben lekker gegeten in het haven restaurant, wat werd vervolgd door een heerlijk filosofisch gesprek. Patrick controleert nog even de koersen van morgen en ik heb tijd om te schrijven.

Om gelijk maar even terug te komen op dat schrijven; het viel me niet makkelijk. Tijdens het schrijven op volle zee deze middag voelde ik een lichte zeeziekte opkomen. Beter bekend als "katterig". De remedie was gelukkig niet ver, mijn favoriete plaats aan boord bleek de uitkomst te zijn.   Pen neerleggen en achter het stuurwiel gaan staan, blik op de horizon. De giek staat redelijk ver buiten de boot. Voor wie "de giek" niet kent; een zeil zit vast in de mast, verticaal omhoog, en aan de giek, horizontaal naar de achterkant van de boot. Door de giek verder naar het midden van de boot te trekken of juist verder buiten boord te zetten kan je bepalen in welke hoek de wind in het zeil komt. Dit noemen we het zeil trimmen en zo kunnen we de boot optimaal vaart laten maken. De giek is ook gevaarlijk. Je kan hem zien als een stalen buis die van de ene naar de andere kant van de boot gaat als we bijvoorbeeld van koers veranderen. Je wilt hem niet tegen je hoofd krijgen. Je wilt hem ook niet te hard van de ene naar de andere kant laten gaan omdat dit tot mastbreuk kan lijden. Gebeurd dit ongecontroleerd dan noemen we dat een "klapgijp". Daar hebben wij echter niks mee te maken nu, met een heerlijke halve wind varen we de kust af. Ik geef het stuurwiel weer terug aan de stuurautomaat en geniet van het uitzicht.

Plots schrik ik op uit mijn zeildroom. Piep, piep, piep, piep..... uit koers! De stuurautomaat geeft zijn alarm. Terwijl Patrick binnen het logboek bijwerkt slaat de boot opeens ver uit koers. Heel ver, we liggen vanaf halve wind bijna voor de wind. De fok slaat over, we liggen nu echt voor de wind. Ik grijp snel naar het stuurwiel en haal de stuurautomaat eraf. Er is veel tegenkracht vanwege de golfslag. Patrick komt naar buiten om te zien waar het geklapper vandaan komt. "Klapgijp gevaar!" roep ik terwijl ik mijn best doe de boot weer richting de wind te krijgen. Kort lijkt het erop dat de giek mee word genomen door de golf waar we op surfen, het zeil klapt in. Gelukkig heb ik genoeg tegenroer gegeven want na een kort dood punt op de golf neemt het zeil zijn plek op de boot weer in, de boot draait, de fok gaat weer over naar de juiste kant en de schoten spannen zich weer. Het duurt nog wel even 5 minuten voor ik het roer weer aan de stuurautomaat toevertrouw. Ik heb verder geen last meer gehad van "katterigheid", zolang je maar niet denkt aan zeeziek worden heb je nergens last van. Dit was een prima afleiding.

Maar goed we zijn veilig in Breskens. Lekker gegeten en een goed gesprek gehad, dan kijk ik eens om me heen. Grijze flatgebouwen steken zich surrealistisch af vanaf één punt uit Breskens. Ze zijn niet bepaald mooi, doffe grijze gebouwen die me doen denken aan de minder mooie buurten van Parijs. Kijk je de andere kant op dan zie je een paar kleine huisjes in de vorm van een woonwijk. Misschien is het zelfs mistroostig te noemen. Dit staat vel in contrast met het havenrestaurant. De stijl lijkt op die van jachthaven Naarden. Mag ik zeggen decadent? Ik vind van wel. Het is hier apart. Ik loopt nog eens een rondje door dit mistroostige plaatsje, bekijk de zee in het donker, die grote zwarte massa.
Uitzicht vanuit het havenrestaurant van Breskens

Ik slenter verder langs de kade en besluit dan terug te gaan. Op mijn terugweg krijg ik de ingeving dat het best leuk kan zijn om eens over die drooggevallen basaltblokken te lopen. Ik daal een stukje af aan de rand van de kade, voetje voor voetje tot ik merk dat ik mijn balans goed heb gevonden. Ik begin met sprongetjes maken van steen naar steen. Voeten neer, glijden, boem, opeens lig ik op mijn kont. Blijkbaar heb ik de mosrand bereikt, die is glad en dat was ik even vergeten. Ik krabbel overeind en besluit dat ik toch maar de normale route terug neem. Het is mooi geweest en ik verlang naar het dobberend in slaap vallen. Morgen ochtend moeten we voor half 8 s' ochtends weg om de stroom mee te hebben naar Oostende. Het traject is druk, veel containerschepen, zeker als we nog op de Westerschelde zitten. Het wordt werken morgen, 14 - 18 knopen wind, op kruizen. Windkracht 4 á 5, schuin tegen de wind in.

Klik hier voor het vorige dagverslag.
Klik hier voor het volgende dagverslag.